Paardenrace drankspel

Bij het paardenrace drankspel doe je net alsof je in een paardenrace zit! Hier moet je alleen geluk hebben dat je jouw ‘paard’ een stapje verder naar voren mag zetten. Het paardenrace drankspel wordt hieronder uitgelegd. Wil jij weten hoe je het gezellige en spannende paardenrace drankspel moet spelen? Lees dan verder!

paardenrace drankspel

Dat wordt wel een hele lange race zo!

De regels en benodigdheden voor het spel:

Voor het paardenrace drankspel heb je een pak kaarten (zonder jokers) nodig en veel drank. Het moet met vier tot acht spelers gespeeld worden, maar vier spelers is het allerbeste. De paarden in het spel zijn de vier azen. Iedere speler kiest één aas om zijn paard te zijn en zet daar een inzet op. Dit is de drank! Je mag zoveel inzetten als je wilt. De inzet die je noemt, wordt in veel gevallen direct voor het spel al opgedronken, maar je mag ook wachten tot het einde van het spel. De race kan nu beginnen!

Verticaal worden zeven dichte kaarten neergelegd (dus van beneden naar boven), en aan de onderkant van deze kaarten liggen horizontaal de vier open azen (van links naar rechts dus). Van het pakje kaarten dat over is wordt één voor één een kaart van de stapel gepakt en omgedraaid. De soort kaart correspondeert met één van de paarden (de azen) in het spel. Die kaart mag één stap vooruit doen. Wanneer álle paarden de eerste dichte verticale kaart gepasseerd zijn, mag deze worden omgedraaid. Die soort kaart van de azen moet vervolgens een stap naar achter. Als dit een harten kaart is, dan moet de harten aas dus één stap naar achteren. Dit zal elke keer voorkomen als álle azen een dichte verticale kaart zijn gepasseerd. De aas die als eerste alle verticale kaarten heeft gepasseerd (of die de door jou bepaalde eindstreep haalt) heeft gewonnen. Alle andere spelers moeten vervolgens de inzet van de speler met het winnende paard drinken. Natuurlijk mag je zelf ook een feestelijke slok meedrinken.

Variant
Bij de variant op dit spel heb je nog steeds dezelfde benodigdheden en aantallen spelers nodig. Je legt de azen weer horizontaal, open naast elkaar neer en elke speler kiest zijn paard (de azen). De spelers maken ook hun inzet bekend maar drinken dit nog niet op. Verticaal, dus weer boven elkaar, leg je twaalf dichte kaarten neer, waarvan elke derde kaart een kwartslag gedraaid. Van het resterende pakje kaarten draai je weer telkens één kaart om, waarbij het paard met dezelfde kleur een stap vooruit mag (let op: dit is dus niet het soort kaart, maar de kleur). Als alle azen weer voorbij een dichte verticale kaart zijn, draai je deze om. Het paard met dezelfde kleur moet dan een slok drinken. Voor de verticale kaarten die een kwartslag gedraaid liggen, moet je twee slokken drinken. Het paard dat als eerste over de finish gaat (de laatste verticale kaart of je eigen bepaalde finish) wint. De rest moet zijn eigen inzet drinken plus de inzet van de winnende persoon. Een lekkere straf dus!